BredaGeld: kapitaalvlucht donderwolk wereldeconomie

Door de enorme kapitaalvlucht kunnen economieën instorten, zoals gebeurde tijdens de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis in de jaren tachtig en de Aziëcrisis in 1997. Alleen zijn dit keer de sommen tientallen zo niet honderden keren zo groot.

Enorme hoeveelheden geld vliegen onbeperkt de wereld over – naar plaatsen waar het rendement het hoogst is. Zwakkere economieën delven het onderspit,” schrijft Volkskrant journalist Peter de Waard op 

Uit de Volkskrant

(…) Waar het kapitaal naartoe gaat, volgt de arbeid. Alleen is dat vaak later. Kapitaalstromen kunnen in hun jacht op rendement tegenwoordig met de snelheid van het licht van het ene naar het andere continent worden verplaatst. Het verhuizen van arbeid is veel omslachtiger. Er moet worden geïnvesteerd in nieuwe fabrieken. En economische migranten worden lang niet overal toegelaten.

Kapitaalvlucht kan economieën laten instorten

Onlangs riep voormalig Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz op weer restricties voor het kapitaalverkeer in te voeren. Door de enorme kapitaalvlucht kunnen economieën instorten, zoals gebeurde tijdens de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis in de jaren tachtig en de Aziëcrisis in 1997. Alleen zijn dit keer de sommen tientallen zo niet honderden keren zo groot. Continu drijft een enorme zak met geld als een donderwolk boven de wereldeconomie.

Terugval in Brazilië, Rusland, Zuid-Africa, Azië

Na de crisis van 2008 dreef de wolk van de afgeschreven westerse economieën naar de opkomende economieën waar meer rendement kon worden gemaakt. Daar investeerden bedrijven nog en consumeerden de burgers omdat ze nog zo weinig hadden. Maar net zo onverwacht als het kapitaal zich in 2008 uit het Westen terugtrok, stroomt die nu weer terug. Zowel het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank als de VN denken dat de groei van de opkomende markten dit jaar terugvalt tot 3,8 procent. De daling van de Chinese groei gaat gepaard met recessies in Brazilië en Rusland en een enorme terugval in Zuid-Afrika. Ook veel andere landen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië worden meegetrokken.

Kapitaalvlucht is donderwolk boven de wereldeconomie
©

2008: Geldpersen in hoogste versnelling

Sinds de crisis van 2008 stroomde 2,2 biljoen dollar (1,8 biljoen euro) van de rijke westerse landen naar de nieuwe economieën. Veel van dat kapitaal kwam van de centrale banken die de bankbiljettenpersen in de hoogste versnelling zetten om consumenten te stimuleren meer te kopen en bedrijven om te investeren.

Maar het geld verdween naar de voormalige derde wereld en leidde daar tot een groei van de schuldenlast en een prijsexplosie in het vastgoed, de beurzen en de grondstoffenmarkten.

2015: crisis door hoge rentelasten

Vorig jaar stroomde al 600 miljard dollar terug – een kwart van de instroom in de jaren daarvoor. En dit jaar zal dat mogelijk nog harder gaan. De gevolgen laten zich raden:

  • de rentes in die landen stijgen
  • de aandelenmarkten kelderen
  • de valuta’s storten in
  • de deviezenreserves krimpen

Vorig jaar moest China, dat gelukkig over enorme reserves beschikt, al ruim 400 miljard dollar besteden aan het ondersteunen van de eigen koers.

Stiglitz stelt dat de opkomende- en ontwikkelingslanden te weinig hebben geleerd van vorige crises

‘In 1997, op het hoogtepunt van de zogenoemde Aziëcrisis van instortende munten als de Thaise Bath stroomde maar 12 miljard dollar terug van de opkomende markten – slechts eenvijftigste van dat bedrag’, maakte Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz een vergelijking met de huidige kapitaalvlucht.

Stiglitz stelt dat de opkomende- en ontwikkelingslanden te weinig hebben geleerd van vorige crises.

  • Zo zijn er te weinig beperkingen ingevoerd voor met buitenlandse valuta gefinancierde investeringen
  • Hij pleit ervoor deze schulden om te zetten in indexobligaties die worden gelinkt aan het bbp
  • Daarnaast kunnen opkomende landen een daling van hun valutakoers benutten door hun staatsschuld op te kopen indien ze daar, zoals China, tenminste voldoende reserves voor hebben
  • Stiglitz is ook  niet afkerig van kapitaalcontroles

Vrij kapitaalverkeer vergroot ongelijkheid

Liberalisatie schaadt ook de koopkracht van werkenden omdat kapitaal zich veel gemakkelijker verplaatst dan arbeid

Kapitaalvlucht is donderwolk boven de wereldeconomie
©

Toenemende ongelijkheid

Maatregelen die tot doel hebben het kapitaalverkeer te liberaliseren, zijn vooral goed voor de kapitaalbezitters. Het leidt tot een daling van het loonbestanddeel in het bbp en toenemende ongelijkheid.

Dit blijkt uit een onderzoek van het IMF-economen Davide Furceri en Prakash Loungani.

  • Toenemende economische volatiliteit (een snellere opeenvolging van perioden van economische bloei en recessies) en financiële crises zijn vaak het gevolg van vrij verkeer van kapitaal. En daarvan zijn vooral de zwakkeren de dupe.
  • Liberalisatie schaadt ook de koopkracht van werkenden omdat kapitaal zich veel gemakkelijker verplaatst dan arbeid.
  • De mogelijkheid om de productie naar elders te verplaatsen vermindert de koopkracht van werknemers en hun deel in het inkomen. Hun onderhandelingspositie wordt daardoor ondermijnd.
  • Uit de studie van Furceri en Loungani blijkt dat na de liberalisering van de kapitaalmarkt daarom ook de inkomensongelijkheid toeneemt.
  • ‘Dat geldt nog sterker als de liberalisatie van de financiële markten wordt gevolgd door een crisis in landen waar de financiële infrastructuur nog weinig is ontwikkeld.’
Kapitaalvlucht is donderwolk boven de wereldeconomie
©

Furnerci en Loungani noemen hun studie baanbrekend omdat meestal wordt gekeken naar de voordelige effecten die vrij kapitaalverkeer zou hebben op groei van de wereldhandel en efficiëntere productie waardoor de algehele welvaart wordt gediend.

Neo-liberalen zoals Margaret Thatcher omhelsden daarom de vrijmaking van het kapitaalverkeer als een tovermiddel voor economisch succes. In 1997 riep voormalig IMF-bestuurder Stanley Fischer, de huidige vice-voorzitter van de Federal Reserve (de Amerikaanse centrale banken) de door de Azië-crisis getroffen landen op hun kapitaalverkeer verder vrij te geven. Uiteindelijk zouden de baten groter zijn dan de nadelen op korte termijn.

Liberaliseringsmaatregelen negatief effect

Furnerci en Loungani hebben de effecten van alle liberaliseringsmaatregelen nu bestudeerd. Dat waren er in de jaren negentig 23 in de rijke westerse landen en 58 in de opkomende landen. In het eerste decennium van deze eeuw waren het er iets minder. ‘Maar in al die gevallen zijn de effecten op toenemende inkomensongelijkheid significant’, stellen zij vast. (…)